Wie vandaag door Europa reist, merkt het nauwelijks nog: we steken grenzen over zonder halt te houden, zonder slagbomen, zonder controles. Van Gent naar Lille, van Maastricht naar Aken. Enkel aan de kwaliteit van het wegdek voel je nog dat je in een ander land bent beland. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het allerminst.
Na de Tweede Wereldoorlog was Europa een lappendeken van afgesloten staten, met daartussen douaniers, wachthuisjes, barrières en prikkeldraad. Wie boter over de grens bracht, werd gecontroleerd. Wie wilde werken aan de andere kant van de grens, botste op administratieve muren.
Europa ontwaakt!
Keynote met Hendrik Vos
Professor Europese politiek UGent
Laat je inspireren en zet je schrap voor een boeiende avond vol scherpe inzichten die jouw blik op Europa hertekenen.
Deze keynote is exclusief voor leden van Embuild.
Woensdag 10 juni 2026
Onthaal vanaf 19u00, start om 19u30
Provinciehuis
Charles de Kerchovelaan 189, Gent
Sommige landen, zoals België en Nederland, spraken gaandeweg af om inwoners die de grens tussen beide landen overstaken niet meer stelselmatig te controleren. Maar de nationale autoriteiten bleven wel het recht hebben om het verkeer staande te houden.
Tot diep in de jaren tachtig van de vorige eeuw stonden ook vrachtwagens vaak urenlang in de file. De chauffeurs moesten formulieren invullen met zesenveertig rubrieken. Met de Schengenafspraken zou dat allemaal veranderen. Frankrijk, West-Duitsland en de Benelux spraken in 1985 af dat ze op termijn geen grenscontroles meer zouden organiseren.
Het is te zeggen, ze zetten die gedachte op papier, maar het geloof dat het op een dag ook echt zover zou komen, was klein.
Voor de ondertekening van de Schengenovereenkomst werden twee tafels tegen elkaar geschoven waarover men een doek had gelegd
Van de ondertekening van de eerste Schengenovereenkomst op 14 juni 1985 zijn geen camerabeelden terug te vinden – de televisiestations wilden geen aandacht besteden aan een evenement dat weinig om het lijf leek te hebben en waarschijnlijk toch nooit in de praktijk zou worden gebracht. De vijf oorspronkelijke landen stuurden ook geen ministers of bekende politici naar de plechtigheid, maar staatssecretarissen.
De ondertekening van het akkoord vond niet plaats in Parijs, in Rome, in Den Haag of in Brussel, want de interesse om het evenement te organiseren, was beperkt. Dus gebeurde het in Schengen, in Luxemburg. Schengen is een gehucht van niks, niet meer dan een lange straat met een paar tankstations, twee bruggen en een café dat soms open is, maar meestal niet.
Schengen ligt aan de Moezel, waar Frankrijk, Duitsland en Luxemburg elkaar raken, en precies daar zou de overeenkomst ondertekend worden, op een rivierboot. De weinige foto’s die ervan bestaan, tonen een rommelige ruimte met een laag plafond. Er waren twee tafels tegen elkaar geschoven waarover men een doek had gelegd. Erachter zaten vijf zweterige staatssecretarissen op houten caféstoeltjes.
Intussen telt de Schengenruimte negenentwintig landen, waaronder ook enkele landen die niet tot de Europese Unie behoren. De naam ‘Schengen’ is overal bekend. In luchthavens hangen grote blauwe borden waarop ‘Schengen’ staat. Passagiers worden er van elkaar gescheiden. In de niet-Schengenrij wordt er gezucht en naar identiteitsbewijzen gezocht. Formulieren worden ingevuld en afgestempeld, papieren worden gecontroleerd, bagage wordt geopend en heel langzaam schuiven de mensen op. Voor passagiers die daarentegen reizen tussen Schengenlanden gaat het snel en zonder oponthoud. Ooit leek het een naïeve droom, maar vandaag reis je zonder pascontrole van Portugal naar Finland.
Veel ideeën die in Europa lange tijd als onhaalbaar werden afgedaan, omdat ze botsten met traditionele nationale bevoegdheden, zijn intussen werkelijkheid geworden. De eengemaakte markt en de eenheidsmunt zijn andere voorbeelden. Misschien komt er op een dag ook een Europees leger of een Europese inlichtingendienst, wie zal het zeggen? Plannen waar niemand in gelooft, die worden weggezet als gevaarlijk, bezopen of in elk geval onrealistisch, kunnen snel nadien de vanzelfsprekendheid zelve worden.
De beslissing om die grenzen af te bouwen was meer dan een praktische ingreep. Ze paste in een bredere evolutie waarbij Europese landen beseften dat ze te klein en te versnipperd waren in een wereld van grote spelers.
De beslissing om die grenzen af te bouwen was meer dan een praktische ingreep. Ze paste in een bredere evolutie waarbij Europese landen beseften dat ze te klein en te versnipperd waren in een wereld van grote spelers. Ze begonnen samen regels te maken en barrières weg te nemen.
Wat begon als economische samenwerking groeide uit tot iets dat ook het dagelijkse leven van burgers ingrijpend veranderde. Op cruciale momenten was het nodig dat politici die toen in de cockpit zaten – en dat zijn niet per se de meest bekende of flamboyante – voorstellen deden, vaak al improviserend en op de tast. En soms bracht dat een klik in de geesten met zich mee, werd de efficiëntie al snel duidelijk, en bleken geopperde bezwaren nog mee te vallen. Zo kreeg in essentie de hele Europese samenwerking gaandeweg vorm.
Grensarbeid helpt om tekorten op te vangen, stimuleert economische groei en creëert nieuwe netwerken van samenwerking
De impact van de Schengenafspraken op mobiliteit is het meest zichtbaar. Reizen werd eenvoudiger, sneller en goedkoper. Grenzen verdwenen niet alleen fysiek, maar ook mentaal. De grensstreek werd niet langer gezien als een periferie, maar als een verbindingszone. Steden en regio’s die vroeger van elkaar gescheiden waren, groeiden naar elkaar toe. Maar minstens even belangrijk is wat er gebeurde op de arbeidsmarkt. Schengen en de bredere Europese integratie maakten het veel makkelijker om over de grens te werken. Op papier kon het al van in de jaren vijfitg, maar door allerlei feitelijke barrières bleef dat lang erg omslachtig. In grensregio’s ontstonden sedert Schengen nieuwe dynamieken: mensen wonen in het ene land en werken in het andere, bedrijven rekruteren over de grens heen, economische kansen worden gedeeld. Waar vroeger verschillen in regelgeving en controles een rem vormden, ontstond nu een ruimte waarin arbeid vrijer kan circuleren.
Dat is geen detail. Het verandert hoe regio’s functioneren. Grensarbeid helpt om tekorten op te vangen, stimuleert economische groei en creëert nieuwe netwerken van samenwerking. Het zorgt er ook voor dat verschillen tussen landen minder als obstakel worden gezien en meer als een kans. De diversiteit waar Europa zo rijk aan is, wordt op die manier een troef in plaats van een probleem.
Natuurlijk verloopt dat niet zonder wrijving. Verschillen in loon, sociale bescherming en fiscaliteit blijven bestaan en vragen om afstemming. Europa blijft wat het altijd al was: een compromissenfabriek, waarin uiteenlopende belangen samenkomen en botsen. Maar net daarin schuilt de kracht van het project. Conflicten worden niet uitgevochten aan grenzen, maar besproken aan tafels. De Schengenafspraken tonen hoe wat ooit ondenkbaar leek, toch werkelijkheid kan worden. Ze illustreren hoe Europa stap voor stap grenzen heeft weggegomd en ruimte heeft gecreëerd — niet alleen om te reizen, maar ook om te werken, samen te leven en kansen te delen. Wat begon als een experiment in wederzijds vertrouwen, is uitgegroeid tot een van de meest tastbare verworvenheden van de Europese samenwerking.